Inleiding

Door de jaren heen heb ik zowel in gangbare als obscure tijdschriften uiteenlopende verhalen gepubliceerd, soms korte beschrijvingen, soms uitgebreide vertellingen. Dat klinkt eenvoudig, maar het is elke keer een uitdaging om een tekst geaccepteerd te krijgen.

In het begin van de jaren negentig plaatste De Revisor als eerste een kort verhaal van mij. Ik ontving de bevestiging van de publicatie terwijl ik voorbereidingen trof voor vertrek naar Parijs. Het gaf me een prettig FK selfie Spiegelllevensgevoel te weten dat ik iets achterliet wat de moeite waard was om weer voor terug te komen.

Later werd meer werk opgenomen in andere gerenommeerde literaire tijdschriften, in De Gids, Hollands Maandblad, Raster, Tirade e.a.

Het balkon van de kokette Tosca

Voorkant Herenbobbel

Af en toe heb ik ook een bijdrage geleverd aan speciale uitgaven.

Nadat een van de meest illustere uitgevers van Meulenhoff afscheid had genomen, vonden de fondsauteurs het nuttig de uitgever een kort verhaal als herinnering mee te geven. Het werd een uiterst veelzijdige bloemlezing met een romanschets van Javier Maríaz, het balletbezoek van Adriaan van Dis en de kunstperceptie van K. Michel.

Mijn bijdrage betrof een baldadige jeugdherinnering aan Tosca.

In Kola

Tirade 416 voorkant

Achter de hyperlink vind je een kort verhaal.

De redactie van Tirade noteert hierover: In het kille en grimmige sprookje van Frans Kingma vinden twee broers, jagers in de poolstreek, een schat waardoor ze de rest van hun leven geen hout meer hoeven te hakken. De schat verwarmt niet alleen, ze bergt ook een verschrikkelijk gevaar in zich.

De beschrijving is feitelijk juist, maar ik vind het geen sprookje. De reden daarvoor is niet alleen omdat het een slechte afloop kent, maar ook omdat het nogal wat wetenschappelijk vernuft bevat.